PodoSpecial

Voetklachten

Wij kunnen u als registerpodoloog A+B helpen bij veel voorkomende (voet)klachten, waaronder:

De gezonde/gewone voet
voetafdruk normaal

Mensen met de gewone voetafdruk hebben meestal geen voet- of rugklachten. De voet heeft een goed grondcontact met de hiel, de middenvoet (aan de buitenrand) en de voorvoet.
De middenvoet heeft een goede lengteboog. Dat is te zien aan de linkerkant, waar de middenvoet geen contact heeft met de grond.

De holvoet
voetafdruk holvoet

De holvoet heeft een hoge wreef en daardoor heeft de middenvoet geen grondcontact. Hij heeft vrijwel altijd hamertenen, een doorgezakte voorvoet en een knokkel bij de grote teen.
Lage rugpijn, nekklachten en hoofdpijn komen veel voor bij mensen met deze houding en voeten.
De klachten verergeren meestal in rust en nemen af bij bewegen.

De platvoet
voetafdruk platvoet

Het middengedeelte van de platvoet heeft weinig of geen lengteboog en rust daardoor (vrijwel) helemaal op de grond. 

Het kan aangeboren, of later ontstaan zijn.
Mensen met plat(te) voeten hebben ook veel kans op lage rugpijn en nekklachten. Ze zijn in de regel snel moe.

Mortonse neuralgie

Een Morton’s neuroom is een verdikking in de gevoelszenuw van de teen die tussen de kopjes van de middenvoetsbeentjes loopt. De meest voorkomende plek is tussen de derde en de vierde teen. Waarom deze precies ontstaat is niet bewezen. Dit kan bijvoorbeeld komen door te krappe schoenen en te hoge hakken. Ook een doorgezakte voorvoet kan druk op de zenuwtjes veroorzaken.

Beenlengteverschil

De lichaamshouding bepaalt voor een belangrijk deel de voetstand en de voetdruk. Omgekeerd kan een verandering in de voetstand, b.v. door het dragen van therapie/steunzolen, invloed uitoefenen op de lichaamshouding.
Aan een blauwdruk kan een geoefend podoloog voor een deel de lichaamshouding aflezen, en vaak ook al zien of er een beenlengteverschil aanwezig is.

Klachten die kunnen ontstaan door een beenlengteverschil

  • Hernia
  • Heupklachten (‘versleten heup’)
  • Doorgezakte voeten
  • Knieklachten
  • (Lage) rugklachten
  • Schouder- nek- en hoofdpijnklachten
  • Scoliose

Voorbeeld van scoliose:

scoliose vergelijking

Hoe ontstaat het.. Hoe herken je het.. Wat doe je er aan? 

Onze benen groeien in de jeugd trapsgewijs. Als ze stoppen met groeien, zou eht wel heel toevallig zijn als ze op dat moment even lang zijn. Iedereen heeft dus wel een beenlengte- verschil(letje).

 

Bekkenscheefstand, knie-, heup- en rugklachten

Bekkenscheefstand ten gevolge van een (schijnbaar) beenlengte verschil, (lage)rugklachten en knie/heup/rugklachten bij afwijkende voetstand en/of –functie)

Deze klachten en/of aandoeningen worden veel gezien binnen de podotherapie. Voor deze klachten is niet altijd oorzaak te vinden, maar de registerpodoloog is wel is de meeste gevallen in staat om de gevolgen van deze klachten te behandelen.

Meestal zal deze behandeling bestaan uit een registerpodoloogische inlay in combinatie met een advies.

gevolgen beenlengteverschil

 

Beenvlies ontsteking (Tibiaal stress syndroom)

Het onderbeen bestaat uit 2 botstukken:

  1. het scheenbeen aan de binnen-voorzijde
  2. en het kuitbeen aan de zij-achterkant.

De 2 botstukken worden verbonden door een sterke bindweefselplaat. Onderaan vormen het scheenbeen en het kuitbeen de benige onderdelen van respectievelijk binnen en buitenenkel.

beenvliesontsteking

Het beenvlies

De botstukken worden omhuld door een dun beenvlies, dat goed doorbloed is en zeer gevoelig. Aan het onderbeen ontspringen een aantal spieren. De diepe kuitspier, de achterste scheenbeenspier en de lange teenbuigspier zijn de belangrijkste.

Al deze genoemde spieren spelen een rol bij het ontstaan van het tibiaal stress syndroom, waarbij sprake is van irritatie van het beenvlies op de plaats van de aanhechting van de genoemde spieren aan het bot. Hierbij kan het ook gaan om een ontstekingsreactie.

Het ontstaan

Het ontstaat vaak bij loopsporten waarbij de voet teveel naar binnen beweegt (overpronatie). Dit kan komen door verkeerd schoeisel of een verkeerde voetstand of voetafwikkeling.

De voornaamste klacht is pijn en wordt meestal gevoeld op de onderste helft van het scheenbeen aan de binnenzijde. De pijn kan ook lager, tot aan de binnenenkel, worden gevoeld. De pijn is scherp van karakter en er worden ‘steken’ aangegeven.

Bij heviger klachten wordt het als ‘stokslagen’ aangegeven. Dan is de loper duidelijk te lang met de klachten doorgelopen. De pijn wordt gevoeld bij de landing en ook wel bij de afzet.

 

(bron Podocentrum Noord Nederland)

Eelt en likdoorns

Door deze afwijkende stand ontstaat er verhoogde druk op het middelste gewrichtje van de teen, hierdoor kunnen er eelt en likdoorntjes ontstaan. Tevens komen er verhoogde drukken op het topje van de teen, ook hier kunnen eelt en likdoorntjes ontstaan. Ook kan deze standsafwijking klachten geven in de gehele teen en/of voorvoet. Eelt, likdoorn en voetwratjes is iets wat binnen de registerpodologie praktijk veel gezien worden. Eelt en likdoorns ontstaan door overdruk en beschermen de huid en het onder liggende weefsel, maar als het eelt en de likdoorns klachten gaan geven moeten deze verwijderd te worden. De registerpodoloog kan doormiddel van een zooltje de voeten ontlasten

eelt likdoorn wratjes

Hallux abductor valgus

Een standsafwijking aan het grote teen gewricht. Het middenvoetsbeentje van de eerst teen neigt naar buiten terwijl de teen naar binnen wijst.

hallux abductor valgus

Deze aandoening komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen, dit heeft te maken het feit dat vrouwen schoenen dragen met een spitse neus wat een van de oorzaken is van ene hallux abducto valgus. Tevens kan een oorzaak zijn een verkort middenvoetsbeentje waardoor de stand gemakkelijker kan veranderen.

Erfelijke factor

Ook speelt een erfelijke factor een rol in het onstaan van aan hallux adductor valgus, welke rol precies is op dit moment nog niet bekend.

Hallux Limitus

Verstijving van het grote teengewricht, er is nog enige beweging mogelijk. Door deze verstijving kan tijdens het lopen de afwikkeling van de voet niet meer verlopen.

De hallux limitus is beperkend tijdens het gaan omdat tijdens iedere stap de afwikkeling niet over het grote teen gewricht kan verlopen, deze is namelijk beperkt en verstijfd. In het grote teen gewricht, net zoals in alle gewrichten, zijn de uiteinden van de beenderen bedekt met een laag kraakbeen.

Slijtage

Als slijtage of verwonding het kraakbeen beschadigt, kunnen de ruwe einden van de beenderen over elkaar gaan wrijven. Hierdoor kan er botaanwas gaan groeien, wat zich op de bovenkant van het gewricht kan ontwikkelen. Door deze te sterke botgroei ontstaat er een beperking van het gewricht.

Hamertenen

De eerste twee kootjes van de teen staan gestrekt, terwijl het laatste kootje van de teen gebogen staat. Hierdoor raakt het topje van de teen de grond, als het ware als een hamertje. De hamerteen is het meest voorkomend bij de tweede teen, alhoewel het ook de andere tenen kan beïnvloeden. Het zeldzame geval waarin alle tenen zijn aangedaan, kan een probleem veroorzaken met de zenuwen in de voet.

hamerteen

Disbalans

Hamertenen kunnen zich ontwikkelen wanneer er een disbalans is tussen de buigers en strekkers van de tenen. Een hamerteen kan aangeboren zijn of verworven worden door korte, smalle schoenen te dragen. Ook bij kinderen kan dit ontstaan wanneer zij schoenen dragen die ze al ontgroeid zijn.

Eelt en likdoorns

Door deze afwijkende stand ontstaat er verhoogde druk op het middelste gewrichtje van de teen, hierdoor kunnen er eelt en likdoorntjes ontstaan. Tevens komen er verhoogde drukken op het topje van de teen, ook hier kunnen eelt en likdoorntjes ontstaan. Ook kan deze standsafwijking klachten geven in de gehele teen en/of voorvoet.

Hielspoor

Fasciitis plantaris is een ontsteking van de bindweefselplaat die onder voetzool doorloopt. Deze bindweefselplaat, de fascia, loopt vanaf het hielbeen tot aan de bal van de voet. Deze klacht kenmerkt zich door startpijn, dit houdt in dat er vooral na een periode van rust pijn klachten op treden. 

Fasciitis-Plantaris

Overbelasting

Fasciitis plantaris is een veel voorkomende overbelastingsklacht van de voet. Er is meestal sprake van pijn onder de hiel die zich eventueel uitbreid naar de voetzool. Verder is het kenmerkend dat de pijn toe neemt indien er gewicht op de voet wordt gezet en dat er sprake is van startklachten. Vaak is er een specifiek pijnpunt onder de hiel, die aan te wijzen is met een vinger.

Voor het ontstaan van deze overbelastingsklacht zijn er veel verschillende oorzaken te noemen onder andere speelt een te grote belasting, foutief schoeisel of een afwijkende stand van de voet mee in het ontstaan van deze klacht.

Ingegroeide nagel (Unguis incarnatus)

Bij een ingegroeide nagel (unguis incarnatus) is een nagelrand meer dan normaal in het weefsel van de teen gegroeid. In de beginfase veroorzaakt dit een verdikking van de nagelwal, met overmatige eeltvorming.

Onstekingsreactie

In een latere fase ontstaat er een ontstekingsreactie van de teen met overmatige groei van herstelweefsel (“wild vlees”). Dit kan leiden tot een rode en pijnlijke zwelling.

Oorzaken

Een ingegroeide teennagel kan verschillende oorzaken hebben onder andere slecht passende schoenen, verkeerd knippen van de nagels of een (aangeboren) afwijkende vorm van de nagel, bijvoorbeeld een bolle nagel.

Knie klachten (Patellofemoraal pijnsyndroom)

Het patellofemoraal pijnsyndroom is een aandoening met als voornaamste klacht pijn in een of vaak ook beide knieën, die men vooral bij adolescenten en jonge volwassenen aantreft.

Er zijn veel mogelijke oorzaken voor het patellofemoraal pijnsyndroom. Een voorspellende factor voor een verhoogd risico is een vergrootte Q-hoek, de hoek waaronder het onderbeen aankomt op het bovenbeen. Daarnaast kunnen kapsulaire “afwijkingen” zorgen voor een afwijkend bewegingsverloop van de knieschijf. Ook is het mogelijk dat de klachten ontstaan door afwijkingen in bekken- of voetstand.

Er zijn veel mogelijke oorzaken voor het patellofemoraal pijnsyndroom. Een voorspellende factor voor een verhoogd risico is een vergrootte Q-hoek, de hoek waaronder het onderbeen aankomt op het bovenbeen. Daarnaast kunnen kapsulaire “afwijkingen” zorgen voor een afwijkend bewegingsverloop van de knieschijf. Ook is het mogelijk dat de klachten ontstaan door afwijkingen in bekken- of voetstand.

 

(bron: Podocentrum Noord Nederland)

Ontstoken hielbeen (ziekte van Sever Schinz)

Bij de ziekte van Sever Schinz is er sprake van een ontstoken hielbeen. De klachten komen meestal voor bij kinderen tussen de 7 en 12 jaar.
Er is sprake van pijn en drukpijn. Ook kan er een geringe zwelling ontstaan ter plaatse van de aanhechting van de achillespees aan de calcaneus (hielbeen). De apofyse is de ‘buitenste schil’ van het hielbeen.

In veel gevallen gaat het om kinderen die actief sporten. Veel kinderen lopen liever op een schoen met een hak dan blootsvoets om verdere rekking van de achillepsees te verminderen.

De ziekte van Sever Schinz heeft een gunstig spontaan verloop. Dat wil zeggen dat als het kind is uitgegroeid, de klachten vanzelf verdwijnen. Maar dat neemt niet weg dat actief sportende kinderen toch erg veel last kunnen hebben van de klachten.

Waardoor kan het komen?

In de groeifase van kinderen bevat een bot een epyfisair schijf oftewel groeischijf. Vanuit deze plek groeit de bot in de lengte. Deze schijf is zachter van structuur maar naarmate het kind ouder wordt, wordt de schijf net zo hard als het bot.

Door belasting (bijvoorbeeld sporten) komen bij kinderen soms onregelmatigheden in die groeischijf voor die pijn kunnen veroorzaken.

Hoe wordt het vastgesteld?

De huisarts of orthopeed kan door middel van vragen (anamnese) en lichamelijk onderzoek vaststellen dat het om een ontstoken hielbeen gaat. De pijnklachten, de plaats van de pijn en de leeftijd van de kinderen zijn meestal al voldoende zijn om de diagnose te stellen. Soms kan de arts aanvullend onderzoek doen zoals het maken van een röntgenfoto maar dit is meestal niet nodig.

Wat kan helpen?

Aanpassing van de schoenen zoals een verende, siliconen steunzool onder de hiel kan helpen de klachten te verminderen. Eventueel kan deze aangevuld worden met een hakverhoging. 

Als de hiel geïrriteerd is, kan er ijs op gelegd worden.

Ook kan het helpen om de hiel minder te belasten bijvoorbeeld door het sporten aan te passen.
Bij zeer hevige pijn kan worden overwogen om de voet kortdurend in te gipsen.
Een operatie is nooit nodig.

Wie kan helpen?

De huisarts is degene die bij de behandeling betrokken is.

Ermee leven

Het spontane verloop van deze aandoening is gunstig. Als kinderen zijn uitgegroeid, verdwijnen de klachten vanzelf. Veel van deze kinderen zijn echter actieve sporters die veel hinder van de klachten kunnen hebben. Als de klachten erg hardnekkig zijn, kan wellicht overwogen worden om minder intensief te sporten.

Osgood Schlatter (Knie blessure)

Osgood Schlatter is een overbelastingsblessure van de knie tijdens de groei. Deze wordt veroorzaakt door voortdurende trek van de kniepees aan de zich ontwikkelende tuberositas tibiae, een verdikking net onder de knieschijf. De aandoening komt het meest voor bij jongens tussen de 10 en 15 jaar en meisjes tussen de 8 en 13 jaar en vaker bij jongens dan bij meisjes. 

Klachten

De klachten zijn een warme, wat opgezette en pijnlijke bobbel onder de knie. Fietsen, traplopen, starten, stoppen, sprinten, diepe kniebuigingen en het op de knieën zitten zijn meestal pijnlijk. De klachen kunnen zowel plotsteling als geleidelijk ontstaan en zijn vaak wisselend aanwezig. 

De blessure heeft te maken met de groei. Kraakbeen van de groeikern van de tuberositas tibiae (de knobbel net onder de knie) kan minder belasting verdragen dan bot. Zodra de groeikern dicht is en al het kraakbeen in omgezet in bot, zullen de klachten defintief verdwenen zijn. Meestal zijn de klachten echter al voor die tijd over. Gemiddeld duurt de blessure een half jaar.

Beste herstel

Pijn is signaal om rust te houden. Let op: de pijngrens dus niet overschrijden, want dat vertraagt de genezing! De opbouw van de belasting verloopt in twee stappen, van licht naar zwaar. 

Herhaling voorkomen

Helaas is Osgood Schlatter niet altijd te voorkoemn. Wel kan het risico verminderd worden door aandacht te besteden aan het volgende:

  • Doe een volledige warming-up vóór en en een cooling down na de training of wedstrijd van elk ca. 10-15 minuten. Besteed daarbij voldoende aandacht voor correct uitgevoerde rekoefeningen. Vooral de rekoefeningen voor de kuitspieren zijn belangrijk. 
  • Zorg voor een rustige opbouw van de trainingen, zodat je lichaam rustig kan wennen aan de extra belasting.
  • Bouw sprint- en sprongoefeningen rustig op en daags na intensieve sprinttraining wat lichter trainen.
  • Tijdens de groeispurt niet teveel sprongoefeningen doen.
  • Zorg voor een goed passende schoen met aandacht voor schokdemping, zijwaartse stabiliteit, feeling met de ondergrond en een optimaal draagcomfort
  • Laat bij standafwijkingen van de benen of voeten (X- of O-benen, knik-, plat- of holvoeten) goede zooltjes in he schoenen aanmeten en draag stevige sportschoenen.